Verslag Middelpolder 24-05-2014
Verslag
fietsexcursie Middelpolder, zaterdag 24 mei.
Ga
je wandelen of fietsen in de Middelpolder, dan kun je verschillende dingen
ontdekken. Hoe kan een vlam ontstaan boven een waterbron of waterput? Welke
grondlagen kun je waarnemen, als je met een grondboor een aantal meters in de
grond boort. En als je klei proeft, dan smaakt het een beetje zout, door de
combinatie van rivierklei en zeeklei. Jos Valent en Carla de Bruijn geven
aanschouwend onderwijs aan een groep enthousiaste natuurgids cursisten bij het
IVN in Amstelveen.
Hoe
ontstaat een vlam boven een waterput?
We
fietsen naar de Middelpolder en komen bij een put, die ongeveer 150 jaar oud
is. Het water bubbelt en dat betekent dat er gas onder zit. Als het veen
verteert onder de laag klei, dan ontstaat er aardgas, dat diep in de grond zit.
Nu is het een uitdaging om een vlam tevoorschijn te toveren. Dat lukt niet
onmiddellijk.
Carla
en Koen doen een poging om met met een stok en een plastic tas het gas op te
vangen, zodat het kan branden. Inderdaad,
na een tijdje lukt het om het opgevangen gas aan te steken, zodat er een vlam
ontstaat. Dit is ook al ontdekt door de boeren, die hier vroeger woonden.
Brongas komt soms spontaan naar boven, soms wordt het opgehaald. Met de bouw
van boerderijen werden er putten geslagen. Boeren in de omgeving sloegen een
gat in de grond, een 'wel' . De boeren zetten er een pot overheen en vingen het
gas op om het huis te stoken. Het waterschap wilde dat de boeren gingen betalen
voor het gebruik van het aardgas. Uiteraard ging dat niet zonder slag of stoot.
Boren
in het lage én hoge land
Als
je in de polder, het lage land, een aantal meters in de grond boort, dan zie je
verschillende lagen: zwarte grond, klei, zand en veen. Uiteindelijk kom je bij
(kalk)steen terecht. De binnenkant van de aarde is immers vulkanisch. Met een grondboor kun je ongeveer 4 meter
diep in de grond boren. De bovenste laag is zwarte grond en als we dieper
boren, dan komt er een zachte laag klei tevoorschijn. Een grijze massa,
prachtig om te zien, te ruiken en aan te raken. Carla vertelt dat je de klei
ook kan proeven: dat smaakt een beetje naar zout.
De
tweede grondboring doen we in het hoge land. De eerste laag is rode veen, dat
bestaat uit oude plantenresten. Veen bestaat uit niet-verteerde plantenresten
en dat zijn de bouwstoffen, die planten opnieuw kunnen gebruiken. De humuslaag
is een rijke laag voor dieren en planten.
Hier komen we niet bij de kleilaag, want het land ligt een stuk hoger. Maar als we 4 meter dieper zouden boren, dan
treffen we ook de kleilaag.
Historische
veranderingen
Jos
Valent vertelde woensdagavond over de historische ontwikkelingen en
veranderingen van de bodem in ons land. De bodemlagen bestaan uit veen,
laagveen, klei, water, afgewisseld met zand. Onder de veenlaag lag op 5 tot 6
meter diepte een zandlaag (of soms ook een kleilaag). Als je dieper de grond in gaat zal er in onze omgeving een aantal malen
veen, zand, en kleilagen afwisselend voorkomen. Die kunnen wisselend van dikte zijn.
Er ligt een laag blauwe zee klei onder en dat is de afsluitende laag.
In
het gebied rond de Amstel werd de natuurlijke afwatering steeds moeilijker.
Rond 1630 werd besloten tot het oprichten van nieuwe polders, waaronder de
Middelpolder. Een polder is een gebied dat lager ligt dan het omringende water
en waarvan de waterstand kunstmatig wordt geregeld. “Veenpolders
of verveningspolders zijn een
speciaal type polder. Deze polders
komen vooral voor in het westen van Nederland en zijn op
karakteristieke wijze ontstaan. Door grootschalige turfwinning ontstonden vanaf de middeleeuwen enorme plassengebieden die in een later stadium weer
werden drooggelegd door middel van
inpoldering” (bron: Wikipedia).
Al
met al vond ik het weer weer een leerzame ochtend. Thuis ben ik de atlas nog
eens gaan bekijken en heb het ontstaan van de polders nog eens nagelezen. De
aardrijkskunde lessen van vroeger komen langzaam in mijn herinnering terug.
Wordt vervolgd!
Annie
Oude Avenhuis, met dank aan Claire de Bruijn voor de foto's.
Verslag Middelpolder 24-05-2014
Verslag van zaterdag 24 mei Middelpolder
Gidsen: Jos Valent en Carla
De dag begon goed. Het regende niet en we fietsten rond een uur of tien de Middelpolder
in. In de verte zag je de Shelltoren en de Arena liggen, maar wij waren midden in de mooie
natuur.
We bezochten eerst het lage gedeelte van de Middelpolder, een afgegraven veenafzetting
waar Carla met de gasaansteker het moerasgas in de brand stak. Het vatte niet gelijk
vlam, maar met behulp van een plastic zakje slaagde de eerste proef van die dag. Het gas
wordt ook wel brongas of broeikasgas genoemd en is 20 keer zo sterk als koolzuurgas.
Vroeger gebruikten de boeren deze wellen of putten van zo'n 30 tot 40 meter diep om in
hun eigen behoefte te voorzien. Ze vingen zo al gauw een kubieke meter gas op. Het
water in de wel heeft een constante temperatuur van zo'n 11 graden, zowel in de zomer
als in de winter. Er waren honderden van deze wellen, maar de meesten zijn nu
dichtgegooid. Naast de wel in de Middelpolder zie je op sommige plekken in het
Amsterdamse Bos nog brongas spontaan omhoog komen. Deze plassen bevriezen dan
ook niet in de winter.
De enige plant die vlakbij het zoute water groeit is de smalle Lisdoorn, en dat is niet
omdat ze dat zoute water zo fijn vindt, maar simpelweg omdat ze het verdraagt.
Rond het jaar 1200/1300 werd het veen afgegraven en ontstond er op deze plek een meer
tot het jaar 1830. Toen hebben ze de Middelpolder droog gemalen en de putten geslagen.
Hoogveen is ingeklonken en laagveen is een soort van prut. Het veen werd vroeger
aangetrapt door vrouwen en kinderen. Tegenwoordig wordt het veen uit Polen gehaald
waar ze het machinaal afgraven.
De tweede proef van de dag bestond uit het boren van een gat met behulp van de
grondboor in de Middelpolder. Op een diepte van zo'n twee meter kwamen we
uiteindelijk op grijze zeeklei terecht. Daarna deden we dezelfde proef nog een keer in de
Bovenpolder, in de originele grond uit de Middeleeuwen. Daar stootten we met de boor
op rood veen. Rood veen oxideert zodra het in aanraking komt met zuurstof en de rode
kleur verdwijnt dan snel. Het rode veen is vermengd met klei uit de Amstel, die er op een
steenworp afstand vandaan ligt.
Vervolgens fietsten we naar een vogelobservatiepunt in de Middelpolder, waar we een
koekoek hoorden, een buizerd en een ooievaar zagen vliegen, en wat het leefgebied van
de Grutto's en de Aalscholvers is. Op dit moment is het niet best gesteld met de Grutto's
en de Kievieten. Nederlandse Grutto's broeden bij voorkeur op vochtige veengraslanden
en leven van wormen en ander klein gedierte dat op of in de bodem leeft. Grutto's gaan
meestal terug naar hun geboorteplaats om daar dichtbij te broeden.
De winter wordt doorgebracht in Westafrikaanse moerassen en rijstvelden. In Senegal
worden ze opgegeten. Wij eten vis uit Senegal en daar eten ze onze Grutto's. Rare wereld!
Aalscholvers komen weer sinds een jaar of 20, 30 regelmatig voor in Nederland en leven
voornamelijk van vis. In de 17de eeuw waren er al grote kolonies in Nederland, maar die
zijn in de eeuwen daarna bejaagd op aandringen van boseigenaren en beroepsvissers. In
1960 kreeg deze viseter het zwaar door de inpoldering van het IJsselmeer en in de loop
van 1970 ging de stand pas weer vooruit door vestigingen van kolonies in de nieuwe
IJsselmeerpolders.
Het was weer een mooie en leerzame dag dankzij de inspirerende verhalen van Jos en
Carla!
Gidsen: Jos Valent en Carla
De dag begon goed. Het regende niet en we fietsten rond een uur of tien de Middelpolder
in. In de verte zag je de Shelltoren en de Arena liggen, maar wij waren midden in de mooie
natuur.
We bezochten eerst het lage gedeelte van de Middelpolder, een afgegraven veenafzetting
waar Carla met de gasaansteker het moerasgas in de brand stak. Het vatte niet gelijk
vlam, maar met behulp van een plastic zakje slaagde de eerste proef van die dag. Het gas
wordt ook wel brongas of broeikasgas genoemd en is 20 keer zo sterk als koolzuurgas.
Vroeger gebruikten de boeren deze wellen of putten van zo'n 30 tot 40 meter diep om in
hun eigen behoefte te voorzien. Ze vingen zo al gauw een kubieke meter gas op. Het
water in de wel heeft een constante temperatuur van zo'n 11 graden, zowel in de zomer
als in de winter. Er waren honderden van deze wellen, maar de meesten zijn nu
dichtgegooid. Naast de wel in de Middelpolder zie je op sommige plekken in het
Amsterdamse Bos nog brongas spontaan omhoog komen. Deze plassen bevriezen dan
ook niet in de winter.
De enige plant die vlakbij het zoute water groeit is de smalle Lisdoorn, en dat is niet
omdat ze dat zoute water zo fijn vindt, maar simpelweg omdat ze het verdraagt.
Rond het jaar 1200/1300 werd het veen afgegraven en ontstond er op deze plek een meer
tot het jaar 1830. Toen hebben ze de Middelpolder droog gemalen en de putten geslagen.
Hoogveen is ingeklonken en laagveen is een soort van prut. Het veen werd vroeger
aangetrapt door vrouwen en kinderen. Tegenwoordig wordt het veen uit Polen gehaald
waar ze het machinaal afgraven.
De tweede proef van de dag bestond uit het boren van een gat met behulp van de
grondboor in de Middelpolder. Op een diepte van zo'n twee meter kwamen we
uiteindelijk op grijze zeeklei terecht. Daarna deden we dezelfde proef nog een keer in de
Bovenpolder, in de originele grond uit de Middeleeuwen. Daar stootten we met de boor
op rood veen. Rood veen oxideert zodra het in aanraking komt met zuurstof en de rode
kleur verdwijnt dan snel. Het rode veen is vermengd met klei uit de Amstel, die er op een
steenworp afstand vandaan ligt.
Vervolgens fietsten we naar een vogelobservatiepunt in de Middelpolder, waar we een
koekoek hoorden, een buizerd en een ooievaar zagen vliegen, en wat het leefgebied van
de Grutto's en de Aalscholvers is. Op dit moment is het niet best gesteld met de Grutto's
en de Kievieten. Nederlandse Grutto's broeden bij voorkeur op vochtige veengraslanden
en leven van wormen en ander klein gedierte dat op of in de bodem leeft. Grutto's gaan
meestal terug naar hun geboorteplaats om daar dichtbij te broeden.
De winter wordt doorgebracht in Westafrikaanse moerassen en rijstvelden. In Senegal
worden ze opgegeten. Wij eten vis uit Senegal en daar eten ze onze Grutto's. Rare wereld!
Aalscholvers komen weer sinds een jaar of 20, 30 regelmatig voor in Nederland en leven
voornamelijk van vis. In de 17de eeuw waren er al grote kolonies in Nederland, maar die
zijn in de eeuwen daarna bejaagd op aandringen van boseigenaren en beroepsvissers. In
1960 kreeg deze viseter het zwaar door de inpoldering van het IJsselmeer en in de loop
van 1970 ging de stand pas weer vooruit door vestigingen van kolonies in de nieuwe
IJsselmeerpolders.
Het was weer een mooie en leerzame dag dankzij de inspirerende verhalen van Jos en
Carla!
Auk Jensma
De
Vlier.
Ik wilde het vanavond over de vlier
hebben.Ik vind dit zelf een prachtige struik met zijn roomwitte, geurende
bloesems in de lente en in de herfst met de schermen paarse vlierbessen.Bij ons
zie je de vlier veelvuldig en je ruikt hem alom. Ik maak zelf wel vaak
vlierbloesemthee en ook heb ik altijd wel vlierbloesemsiroop op voorraad en in
de herfst maak ik siroop van de vlierbessen; deze is heerlijk over
griesmeelpudding.
De gewone vlier
(Sambucus nigra) is een plant uit de muskuskruidfamilie (Adoxaceae). De bloei is van mei tot
juli. De bestuiving
vindt plaats door insecten. De vruchten zijn in september en oktober rijp. De
plant vermeerdert zich door zaad, dat met name door spreeuwen en merels
die dol op de bessen zijn, wordt verspreid.
Botanisch gezien zijn de bessen steenvruchten.
De gewone
vlier wordt door het edelhert
gegeten omdat zij de plantendelen kunnen verteren. Voor veel andere dieren is
de soort giftig vanwege cyaanverbindingen in het blad. Koeien,paarden en geiten
zullen nooit eten van de vlierboom.
De
vlier stelt geen hoge eisen aan zijn standplaats en wordt zelfs in dakgoten
gevonden.Ook groeien ze vaak in holle knotwilgen.
•
De
gewone vlier (Sambucus nigra), met zwarte bessen, is
de belangrijkste soort in Europa
•
De
trosvlier of bergvlier (Sambucus racemosa) groeit in de koudere
gedeelten van het noordelijk
halfrond en heeft helderrode bessen.
•
De
kruidvlier (Sambucus ebulus) is een zeldzame soort
die op kalkrijke gronden aan akker- en bosranden gevonden wordt.
Dit zijn ook
de soorten die in Nederland en België voorkomen.
Vlier
Sambucus nigra
(bot)
Elder, black elderberry(eng)
Holunder (dui)
Vlier
kennen we meestal als struik, maar onder gunstige omstandigheden kan hij
uitgroeien tot een10 m hoge boom. Een vlier in je tuin, liefst dicht bij het
huis, houdt vliegen en muggen op afstand want die houden niet van de specifieke
vliergeur. Ook mollen moeten er niets van hebben. Het is een prachtige struik
die samen met kamperfoelie (zij zijn familie van elkaar) in het voorjaar heel
vroeg groene blaadjes toont.
Verspreiding
Vlier
komt bijna in heel Europa voor tot West-Siberië, Kaukasus en Klein-Azië. Hij
groeit daar in het laagland tot in het middelgebergte (in de Alpen tot 1500 m),
op open plekken in het bos, in heggen en in de duinen.
Vlieren
zijn vanouds cultuurplanten rond boerderijen die tegenwoordig helaas nog weinig
aangeplant worden, misschien omdat ze te gewoon zijn.
Zij
wortelen ondiep, houden van een lichte plek, maar doen het ook goed in
halfschaduw.
Naamgeving
Het
Latijnse woord sambucus betekent schuiftrompet want vroeger werd
vlierhout gebruikt voor het vervaardigen van fluitjes. Het wordt nu nog wel
eens gebruikt voor het maken van mondstukken voor midwinterhoorns.
In
Duitsland noemen ze deze struik Holunder, in Zuid-Limburg Hullunder of
Holderteere. De mergrijke vliertakken kunnen op latere leeftijd hol worden.
De
naam vlier zou zijn afgeleid van het
Nederduitse vlieder wat betrekking heeft op het gevederde blad.
De
vlier wordt in Noord-Holland ook wel flarieboom of vlaarder genoemd.
Gebruik.
Wij kunnen van de bloeiende struik genieten, maar de
bloemschermen ook plukken, in pannenkoekdeeg dompelen en in olie frituren.
Water waarin
vlierbloesem heeft gelegen heeft zweetafdrijvende kracht, vooral als de takken
op Sint-Jan (24 juni) worden gesneden. Vlierbessen werken licht laxerend en
vochtafdrijvend. Zij worden ook gebruikt als drankje bij verkoudheid. Als huismiddel helpen zij, keel - en
buikpijn te genezen. Van de bloesem kun je een lekkere limonadesiroop maken. De
bloesem werkt ook
transpiratiebevorderend en slijmoplossend.
Gekneusde vlierbladeren en vlierthee op het huis gestreken houden de
vliegen en muggen op een afstand.
Kransen
van vliertakken over de hoofden van paarden gelegd, houden lastige vliegen op
afstand.
De
bessen, en vooral de zaden bevatten een voor mensen giftige stof. Daarom mogen
vlierbessen nooit rauw worden gegeten en moeten de zaden na het koken
uitgezeefd worden. De bessen bevatten veel vitamine C.
De
bessen worden ook gebruikt als verfstof.
Sprookjes
en sagen
De
vlier heeft voor mensen altijd een grote rol gespeeld. Hij is het symbool voor
vruchtbaarheid en liefde. In Zweden kusten vrouwen die zwanger wilden worden
een vlier. In Centraal Europa hangen jonge meisjes in de nacht van 21 juni een
bloeiende vlierbloem achter het bed;zij zullen hun toekomstige echtgenoot dan
in hun droom ontmoeten.
Vrouw
Holle (uit het bekende sprookje van Grimm) zou onder een Holunder gewoond
hebben. In de Germaanse mythologie is de godin Holla beschermvrouwe van de
vlier/holunder.Wie onder een vlier sliep, werd beschermd door Vrouw Holle tegen
muggen, slangen en toverij.
In het Duitse taalgebied is ze meestal
bekend onder de naam Vrouw Holle, in Denemarken als Vrouw Hyldemoer (daarin is
het Duitse woord voor vlier, Holunder, herkenbaar). Vrouw Holle is de hoedster van
de kinderzielen voordat ze naar de aarde gaan en tevens de 'doodsengel' die ze
na hun sterven ook weer meeneemt. De relatie van de Vlier met de dood komt
terug in een gebruik uit Tirol om vlier op graven te planten en te snoeien in
de vorm van een kruis. Als hij bloeide, dan was dat een teken dat de overledene
zich gelukkig voelde. Vrouw Holle waakte ook over het zaad dat in de winter in
de grond rust en gaf geschenken aan degene die vanuit hun hart wilden leven.
Maar ook hier weer opgepast! Ga met respect om met Vrouw Holle en heb eerbied
voor haar woonplaats, de Vlier. Want als je die zonder toestemming omhakt, dan
raakt ze op drift en jaagt je achterna. En leg nooit een kind in een wieg van
Vlierenhout, want dan trekt Hyldemoer het aan de benen eruit
In
een sprookje van Andersen is sprake van het vliermoedertje. In veel landen mag
men de vlier niet verminken of verbranden omdat hij een heilige boom is. De
kippen zouden anders geen eieren meer leggen.
Vlier
biedt bescherming voor de bliksem.. Een op oudejaarsdag gesneden vliertwijg die
tot een hoepel wordt gebogen en in het huis wordt opgehangen, zou het huis voor
brand bewaren.
Volgens
een Griekse sage heeft Prometheus het vuur van de goden in een holle
vlierstengel naar de mensen op aarde gebracht.
Alleen
de christenen weigerden de vlier te vereren want Judas zou zich aan een vlier
hebben opgehangen (wat mij onwaarschijnlijk lijkt omdat de takken daar veel te
slap voor zijn). In de Duitse regio Pfalz is "Hölderlin" een
duivelsnaam. In Engeland dacht men dat kinderen die met een vlierroede geslagen
werden, niet meer zouden groeien. Het zou gevaarlijk zijn, een huis daar te
bouwen waar een vlier heeft gestaan. In Galicië en Roemenië gold de vlier als
duivelsboom.
Wat
het verhaal over Judas betreft is er ook nog het volgende: Judasoor, èèn van de
weinige eetbare paddestoelen in de winter, groeit vnl. op de takken van de
vlier. Het is een roodachtige paddenstoel met de vorm van een oor.
Recepten.
Vlierbloesemlimonade
•
15
tot 25 mooie vlierbloesemschermen, nog beladen met stuifmeel
•
2
onbehandelde citroenen
•
5
liter water
•
500
gr suiker
Zet de
vlierbloesemschermen met een in schijfjes gesneden citroen 24 uur te weken in
het water. Filter dit door een kaasdoek en voeg de suiker en het sap van de tweede
citroen toe. Roer goed tot de suiker is opgelost.
Laat dit nog eens 24 uur staan en dan kun je hem lekker gekoeld drinken, het drankje is dan lichtjes gegist.
Eventueel kan je hem ook 3 tot 4 weken laten staan, dan is er zoveel koolzuur ontwikkeld dat hij prikkelt als champagne.
Laat dit nog eens 24 uur staan en dan kun je hem lekker gekoeld drinken, het drankje is dan lichtjes gegist.
Eventueel kan je hem ook 3 tot 4 weken laten staan, dan is er zoveel koolzuur ontwikkeld dat hij prikkelt als champagne.
Vlierbessensiroop en vlierbessensap
Ingrediënten:
Vlierbessen
kun je bijna overal gratis plukken dus doe je voordeel!
Voor ongeveer 1,5 liter
1 kilo vlierbessen (zonder steeltjes of blaadjes)
1 liter water
500 gram suiker of zoetstof
2 eetlepels citroensap
Voor ongeveer 1,5 liter
1 kilo vlierbessen (zonder steeltjes of blaadjes)
1 liter water
500 gram suiker of zoetstof
2 eetlepels citroensap
Bereiding:
Zet een
grote pan op met het water.
Voeg de vlierbessen toe en breng ze aan de kook.
Laat dit alles 15 tot 20 minuten koken totdat de bessen zacht zijn.
Zeef het mengsel met een zeefdoek.
Doe het vlierbessensap weer terug in de pan en voeg de suiker toe.
Kook alles nog 15 minuten, totdat het mengsel dikker wordt.
(Als u vlierbessensap wilt maken verkort u de kooktijd en voegt u nog wat water toe.)
Voeg het citroensap toe en laat nog 1 minuutje koken.
Voeg de vlierbessen toe en breng ze aan de kook.
Laat dit alles 15 tot 20 minuten koken totdat de bessen zacht zijn.
Zeef het mengsel met een zeefdoek.
Doe het vlierbessensap weer terug in de pan en voeg de suiker toe.
Kook alles nog 15 minuten, totdat het mengsel dikker wordt.
(Als u vlierbessensap wilt maken verkort u de kooktijd en voegt u nog wat water toe.)
Voeg het citroensap toe en laat nog 1 minuutje koken.
Verslag Wester Amstel 10-05-2014
Excursie Wester-Amstel
10-5-2014
Op deze regenachtige dag
troffen we elkaar voor het huis Wester-Amstel voor een rondwandeling langs de
Amstel en een stukje Middelpolder om weer te eindigen in de beeldentuin van
Wester-Amstel. De gidsen van vandaag waren Gert-Jan Roebersen en Aleid
Offerhaus. Gert-Jan vertelde eerst iets over de geschiedenis van de
buitenplaats en daarna splitsten we ons in 2 groepen. De ene groep liep met
Gert-Jan mee en de andere waaronder ik met Aleid. Carla was hier ook bij en gaf
hier en daar aanvullende informatie.
Wester-Amstel is de
oudste buitenplaats langs de Amstel. Het is in 1662 als herenboerderij gebouwd
voor een rijke Amsterdamse koopman die er af en toe woonde. Door de eeuwen heen
is het verschillende keren van eigenaar gewisseld. Eind jaren tachtig van de
vorige eeuw is het grondig gerestaureerd en het wordt nu voor een symbolisch
bedrag verhuurd aan Groengebied Amstelland, een recreatieschap dat
verschillende natuur- en vooral recreatiegebieden in Amstelland beheert. Het wordt
nu vooral als kantoor gebruikt voor de beheerders van het Groengebied en het
achterhuis (voormalig koetshuis) is in gebruik als expositieruimte. De tuin
rondom het huis wordt beheerd door vrijwilligers van de Vereniging Vrienden van
Wester-Amstel.
Na de inleiding van
Gertjan vertrokken we richting de Amstel waar Aleid iets vertelde over de
oorzaak van het niveauverschil tussen de Amstel en het zogenaamde bovenland waar Wester-Amstel ligt.
In een natuurlijke situatie ligt een rivier altijd lager dan het omringende
land omdat water nu eenmaal altijd het laagste punt opzoekt. 1200 jaar geleden was
dit hier ook zo. Het land bestond uit hoogveen en lag 6-7 mtr hoger dan nu.
Overtollig water stroomde af naar de Amstel en deze voerde dit water af
richting wat toen het Oer-IJ was en waar nu Amsterdam ligt. Doordat de mens
zich in het veen vestigde en het land ging ontginnen door het te ontwateren
zakte het land al snel. Door de wateronttrekking (veroorzaakt krimp) en doordat
veen als het in contact komt met lucht met zuurtsof reageert en in CO2 (een gas dus )
verandert blijft er op den duur weinig van over.
Eerst werd hier akkerbouw
en later veeteelt gepleegd maar in de loop van de vijftiende eeuw werd turf als
brandstof voor de groeiende steden in Holland een steeds waardevoller
brandstof. De door inklinking inmiddels aardig natte veenweiden of akkers waren
in verhouding tot het waardevolle turf niet meer zo lucratief. Hierdoor werd in
grote delen van Amstelland turf gewonnen. Eerst voor eigen gebruik maar later
ook bedrijfsmatig. Hierdoor zijn vele gebieden uitgeveend. Het bijzondere van
het bovenland, waar Wester-Amstel ligt, is dat dit nooit voor de turfwinning is
gebruikt waardoor de bodem hier nog uit veen bestaat.
Ook leuk was het verhaal
dat de Amstel in 2005 tijdelijk de andere kant op stroomde namelijk richting de
polders die toen erg te lijden hadden van langdurige droogte. Het waterschap
besloot toen om, ter bescherming van de zwakke veendijken in Amstelland,
IJsselmeerwater via de Amstel richting de polders te laten stromen. Dit zorgde
ervoor dat de uitgedroogde veendijken weer verzadigd raakten met water waardoor
ze niet konden gaan schuiven zoals dat jaar in Wilnis was gebeurd.
Na deze uitleg liepen wij
een stuk langs de Amstel alwaar wij een aantal interessante planten zagen zoals;
Koolzaad, waterzuring, siberische berenklauw, groot hoefblad, smeerwortel en
De engelwortel lijkt op
berenklauw maar het blad is anders en de bloemschermen zijn bolvormig. Ook deze
plant blijkt eetbaar; In Frankrijk en Spanje wordt de stengel gekonfijt en wordt daar in de winkel verkocht.
Achter de
oeverbeschoeiing van de Amstel was een heel drassige plek waar zeggen
(cyperzegge?) groeiden en liesgras. Zegges zijn, net als russen planten die
graag in of bij water staan . Ze zijn te herkennen aan hun driehoekige stengel.
Hierin verschillen ze van russen die een ronde stengel hebben. Grassen hebben
een holle stengel. Op deze plek zagen we ook blaartrekkende boterbloem. Zoals
de naam al zegt veroorzaakt deze plant blaren op de huid bij het fijnknijpen
van de bladeren. Het verhaal gaat dat bedelaars deze plant vroeger gebruikten
om er extra zielig uit te zien.
Ook zagen we een
zoetwatermossel die was opengepikt. Er was discussie over welk beest dit had
gedaan; een meerkoet of toch een rat? Zeker is in ieder geval dat de
aanwezigheid van zoetwatermosselen aangeeft dat de waterkwaliteit redelijk goed
is. Inmiddels was het steeds harder gaan regenen en baggerden we naar de
Middelpolder. Dit is een bekend
weidevogelgebied . Al wandelend zagen we in de verte grutto’s en
scholeksters. Op een stuk weiland was
grond afgegraven. Carla vertelde dat dit een experiment was met als doel de
vorming van (hoog-) veen te stimuleren. Inmiddels aardig doorweekt maar ongebroken
kwamen we bij de zogenaamde gasput. Op deze plek stond vroeger een boerderij
waar alleen de vijver en de gasput nog van over zijn. Met behulp van moerasgas
dat bij veenvorming diep onder de grond vrijkomt werd hier gekookt. Wanneer
ergens moerasgas vrijkomt is dit te zien aan een regenboogkleurig vlies dat op
het wateroppervlak drijft. Het heeft dezelfde kleur als olie op water. Als je
er met je vinger in prikt zal het uiteenvallen maar bij olie sluit het vlies
zich weer. Er staan hier veel bessenstruiken en ook een soort pagode van
haagbeuk. We maakten onze rondwandeling af en kwamen weer op Wester-Amstel uit
alwaar Jack en Monica hun 5-minuten praatjes hielden. Allebei hadden ze een
interessant en enthousiast verteld verhaal. Monica vertelde over mutualisme bij
mieren en bladluizen en Jack over permacultuur. Ondanks de regen was het toch
weer een mooie ochtend.
René Reekers
Abonneren op:
Posts (Atom)







